zondag 14 december 2014

Een nieuwe baan

Het is intussen volop herfst. Na een bijna sneeuwloze, zachte winter en een fantastische zomer klettert de regen nu weer wat vaker tegen de ramen. En dat is nodig. We hebben dit jaar hier in de buurt geen bosbes kunnen vinden. De struiken waren bevroren (sneeuw beschermt de struiken tegen vorst) en daarna verdroogd.

Noorwegen heeft zich van zijn beste kant laten zien aan mijn vriendin Ans haar partner Clement, allebei verstokte Frankrijk gangers. Zij waren begin augustus bij ons op bezoek. Ze hebben in het begin alleen maar mooi weer gehad. Fijn, want dan komen ze misschien nog eens terug. Pas op de terugweg kregen ze door dat het thermo ondergoed dat we hen aanbevolen hadden mee te nemen, niet voor niets was. Op Jotunheimen waaide het flink, en was het 5 graden.

De zon ging vanmorgen (20 oktober) op om 7.38, en gaat vanmiddag om 16.24 weer onder. (Nederland: 7.24 op, 17.22 neer). Het verschil met Nederland wordt nu per dag groter, dat wil zeggen dat de dag hier korter wordt in vergelijking met Nederland. Tot 21 december. Dan gaat de zon hier rond 10 uur op, en rond een uur of half drie onder. December en januari zijn de maanden waar we even doorheen moeten. En eigenlijk is dat alleen januari. Is de donkerte in december, met alle feesten nog wel gezellig, in januari wil iedereen wel weer terug naar de lichtere tijd. 
Eigenlijk valt die donkerte me wel mee, tot nu toe. Het duurt allemaal niet zo lang. Nou hebben we ook twee winters achter de rug met veel zon. Dat scheelt. Op een sombere dag eind december, wordt het niet licht. Schijnt de zon, dan lijkt alles een heel stuk vrolijker. 

Reis je vanaf hier echter verder naar het noorden, dan kom je zo rond Tromsø in het gebied waar het overdag niet meer licht wordt, vanaf half november. Onze buurjongen heeft een baan gekregen vlakbij Kirkenes (spreek uit tjirkenes). Hij zit alweer een maand in de sneeuw. in Tromsø wordt het nu om half 10 licht, en rond drie uur donker. Zij hebben dezelfde tijd dat het licht is als hier rond midwinter.

Tromsø is een stad waar ik in de eerste week dat ik aan het werk was, naar toe gevlogen ben. Het was in de zelfde week dat in Nederland bij Railaway de treinreis Trondheim Bodø te zien was. Voor de liefhebbers van adembenemende vergezichten een aanrader. Hij is vast nog wel op uitzending gemist te bekijken. Bodø ligt ongeveer halverwege Trondheim en Tromsø.

Laaghangende wolken in Tromsø


Het vliegtuig maakte daar een tussenlanding. Het was een vreemde gedachte ik dat de week ervoor vanuit Nederland naar Noorwegen ongeveer dezelfde afstand had afgelegd als ik nu naar het noorden aflegde. En nog steeds had ik daarmee nog lang niet de noordgrens van het land bereikt. 


In Tromsø was er een bijeenkomst van de deelnemers aan het nationale programma velferdsteknologi waar onze gemeente en de buurgemeente Åfjord aan deelnemen. (Ondertussen weet ik dat men het in Nederland over zorgtechnologie heeft. Dit woord is kennelijk zo nieuw dat de spellingscontrole er geen raad mee weet. :) Ondertussen begint het tot me door te dringen dat dat nationale programma met zich meebrengt dat ik regelmatig voor mijn werk her en der in Noorwegen moet zijn. Dat is nog eens een leuke bijkomstigheid! In mijn KPN-tijd in Nederland kwam ik ook in veel steden. Ik vond het leuk om op veel plaatsen de weg te weten. Mezelf ergens thuis voelen heeft ook daarmee te maken.

 Wandelen bij Tørrem


Het werk dat ik doe is afwisselend en veelzijdig. Zorgtechnologie is volop in ontwikkeling en er komen dagelijks nieuwe producten op de markt. Met zorgtechnologie hoopt men in de toekomst zorg efficiënter te kunnen organiseren. Ook hier is de verwachting dat wanneer de aanpak blijft zoals nu, er in de toekomst een scheefgroei ontstaat. Het aantal ouderen dat er over een tijd is, zal groter zijn dan het aantal werknemers in de zorg aan kan. Er moet dus wat veranderen, en men hoopt dat door meer gebruik te maken van technische mogelijkheden ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen en thuis functioneren. In de gemeenten waar ik werk loopt een project met GPS voor mensen die moeite hebben met zich oriënteren. We zijn samen met drie grote gemeenten, Trondheim, Bærum en Drammen proeftuinen om ervaring op te doen met GPS. Het lijkt heel simpel, maar bij de start van het project was er veel wet-en regelgeving nog noet toegesneden op het gebruik van GPS. Nu is er inmiddels bijvoorbeeld geregeld dat je iemands privacy moet zeker stellen als instelling. En je mag GPS niet gebruiken om iemand te bewaken. Je mag het alleen gebruiken wanneer er van tevoren duidelijke afspraken gemaakt zijn en goedkeuring (van de gebruiker of naaste familie) is verleend. En daar bevindt zich een grijs gebied. Er was een situatie waarin de privacy van iemand weliswaar gerespecteerd was, maar die werd vervolgens dood in de sneeuw gevonden. Dat deed een enorme discussie oplaaien over veiligheid versus privacy. Bij het gebruik van GPS heb je te maken met een ethiek. Iemand mag zelf over zijn leven beslissen, ook al hanteert de omgeving andere normen. De echtgenote van een man die heel graag lange wandelingen maakt, gaf aan dat ze graag willen dat wanneer er iets zou gebeuren ze graag het lijk terug willen vinden. Heftig lijkt me dat.

Onder: Velkon conferentie, over de toepassing van zorgtechnologie.


Het tweede grote project gaat over het gebruik van medicijndispensers. In de medicijndispenser gaat een rol met een halve maandvoorraad medicijnen in in kleine zakjes, vervolgens wordt er centraal ingesteld wanneer de zakjes  uitgegeven moet worden,  Eenmaal ingesteld geeft het apparaat op het ingestelde tijdstip een signaal. De gebruiker drukt dan op een knop en het zakje met de dosis komt uit het apparaat. Wanneer de gebruiker de dosis niet afneemt, dan gaat er bij de thuiszorg een signaal. Handig, nietwaar?
En verder zijn er nog een heleboel andere technische hulpmiddelen die uitgeprobeerd worden.
Er zijn groepen van verzorgende die een voortrekkersrol hebben en collega´s opleiden en de apparatuur beheren. Mijn werk bestaat in grote lijnen uit het begeleiden van die ´supergebruikers´, contact houden met leveranciers, de organisatie begeleiden naar het opzetten van nieuwe diensten na de uitprobeerfase, de afstemming met de regionale en nationale netwerken, het in de gaten houden van ontwikkelingen. En 6 gemeenten op Fosen begeleiden met het opzetten van hun eigen projecten. Dat doe ik samen met een collega uit Trondheim, en Siv Iren (zie vorige blog).


Ondertussen zijn de kinderen jarig geweest. Lieuwe had dit jaar voor het eerst behoefte om een paar kinderen uit te nodigen. Het werd een waterfeest.

We vonden vooral het slaan met een ballon, gevuld met water met een baseballknuppel erg leuk.

De kinderen zelf vonden het snoephappen het leukste. Daar kregen ze geen genoeg van.











In het najaar was er een loopcircuit van de atletiekvereniging, bestaande uit 6 wedstrijdjes. Sytze, Lieuwe en ik deden mee. Tenminste, voordat ik door mijn enkel ging en uitgeschakeld werd voor een paar weken. Het was ook op het terrein waar 's winters de lysløype (langlaufbaan) is, dat was erg oneffen terrein.


Op een seizoenafsluitingsfeest kregen we de bekers. Sytze staat hier naast Ailo, de jongste deelnemer. Op de foto boven staat hij in groen jasje. Lieuwe staat derde van rechts.





Met Sytze zijn verjaardag was Rein hier, dat was in de herfstvakantie. Terwijl wij Rein ophaalden, had Sytze het huis voor zich alleen, met een groepje vrienden. Hij gaf een gamefeest. De heren zijn hier twee nachten gebleven. Een van hen zei, dat een dag veel te kort was, om het vervoer van al die spullen de moeite waard te maken. Wij vonden het ook wel leuk om hun feest mee te maken. De eerste middag en avond leefde de rest van het gezin gebroederlijk naast de gamers. Lieuwe mocht ook een poos meedoen. Super!


Ik kom weer terug op de taal, een van mijn favoriete onderwerpen. Daar valt ook een heleboel over te zeggen. In Nederland zijn we gewend om terug te vallen op het ABN wanneer we elkaars dialect niet kunnen verstaan. Dat is een algemene standaard. En er zijn mensen die zich moeilijk kunnen uitdrukken in het Nederlands en alleen het dialect (of Fries) spreken, maar de meesten lukt het wel om over te schakelen op het Nederlands. Ik als Nederlandse ervaar het ABN als de geldende norm.
Hier is het net andersom. Het dialect is de belangrijkste gesproken taal, het Bokmål of Nynorsk is de geschreven taal die je op school leert. Maar hier spreekt niemand Bokmål. Ja, de eerste maanden deden mensen hun best om zich aan ons aan te passen. Maar nu spreekt iedereen trøndersk. In het begin vond ik dat onbeleefd. Inmiddels ben ik er achter dat het hier anders werkt dan hoe ik het gewend ben. Men hier een grote tolerantie heeft ten opzichte van anders pratenden. Ik heb in een vergadering gezeten met Noren en Zweden. De Noren spreken Noors, en de Zweden Zweeds. En ze begrijpen elkaar redelijk. In een Skype gesprek met iemand van een firma uit Denemarken, idem dito. En de mailuitwisseling gaat ook in de eigen taal. Voor mij is het pech hebben, ik val in zulke situaties terug tot een begrip van minder dan 50 %. Maar zo is iedereen het gewend, en dus gaat het zo. Folmer maakte mee dat een collega aan hem vroeg of hij iemand uit Stavanger wilde bellen. Hij had er zelf geen zin in, want hij vond dat de mensen daar onverstaanbaar spraken. Mensen vinden het hier volkomen acceptabel dat je een deel van de informatie niet meekrijgt, omdat je de ander niet helemaal verstaat. De rest vul je dan kennelijk in naar eigen inzicht en interpretatie.




In september is hier het språkkafe, het taalcafe opgestart. Als vrijwilliger ben ik bij het opstarten ervan betrokken geweest. Het språkkafe is bedoeld voor buitenlanders die ervaring willen opdoen in het spreken van de Noorse taal. Het is eens per twee weken, in de bibliotheek. Doordat ik het zelf na de start zo druk heb gekregen, heb ik nog maar twee keer kunnen gaan, jammer genoeg.




 In september was er een open dag in de haven van Uthaug. Er kwamen verschillende verenigingen op het gebied van watersport om hun sport te presenteren. Ook de duikvereniging was van de partij. Eerlijk gezegd vonden we er voor de rest niet veel aan, er was veel demonstratie en te weinig zelf iets doen. Maar de duikvereniging had het goed aangepakt. Lieuwe en Sytze konden een duikpak lenen en ze hebben wel een uur lang gesnorkeld in het prachtige, heldere water. Ze waren zo enthousiast, dat we ze gelijk opgegeven hebben voor een duikcursus. Die moet nog beginnen.


Het water is glashelder. Onder water is het zicht prachtig. De jongens vertellen dat ze zee-egels,
-sterren en een inktvisje hebben gezien. Als Lieuwe het water uit komt, heeft hij een kleine zeester op zijn knie.









Op het moment dat haar broers in het water lagen, speelde Anne Lieke de kampioenswedstrijd. Ze hebben gewonnen, en zijn daarmee kampioen geworden van Fosen. Op de afsluitingsavond van het seizoen werd Anne Lieke in het zonnetje gezet als speelster van het jaar.


Voor mijn werk reis ik regelmatig naar Åfjord, de naburige gemeente. Dat is bepaald geen straf! Deze foto maakte ik onderweg.




Anne Lieke en Lieuwe hebben Haloween gelopen. Zij hebben erg veel plezier gehad. Ik vond het feest zelf een afknapper. Het was lang niet zo gezellig als het Sint Maarten dat ik ken. Het is hier ook een heel nieuw feest, overgewaaid vanuit Amerika. Meer dan 50 % van de mensen deden niet open. Maar vooral Anne Lieke had zich prachtig uitgedost, en volgens mij hadden ze beiden veel plezier.


Hoewel de surkål hier niet verkeerd is, is die niet te vergelijken met de zuurkool die wij gewend zijn. Hij is heel anders, heel zoet. Witte kool is hier in overvloed te koop, en we hadden niet de indruk dat het vreselijk ingewikkeld was om het zelf te maken. Zeker niet, nu we sinds een jaar in het bezit zijn van een super de luxe keukenmachine, gekregen van Folmer zijn moeder.





Afgelopen zomer hebben we dan ook een zuurkoolvat aangeschaft. Folmer is aan het werk gegaan. Inmiddels hebben we al een paar keer gegeten van de zuurkool. Hij is erg lekker.

Je doet de kool laag voor laag in het vat, strooit zout en kruiden tussen de lagen, en dekt het af met koolbladeren. Hier stampt hij de zuurkool met de onderkant van een wijnfles, dat moet tussendoor.

Onder een foto van Lieuwe en Sytze. Ze kibbelen regelmatig, maar kunnen ook heel eensgezind zijn.





Noren zijn redelijk rustig en nuchter. Maar vanaf begin oktober, dan begint men zo langzamerhand naar Kerst toe te leven. Met Kerst is er geen Noor meer rustig en nuchter. De hele wereld past in het hart van een Noor in kerststemming. Kerst vergt een grondige voorbereiding. Eerst moet het hele huis gepoetst en gesopt worden. Wij hadden in het begin lol toen we hoorden dat men hier een grote waarde hecht aan het schoonmaken van het plafond. Elke zichzelf respecterende Noor geeft ter voorbereiding van kerst het plafond een grondige sop-beurt. En dan begint het het versieren van het huis (vanaf eerste advent is dat klaar) en vervolgens het inkopen van kerstcadeautjes (wat fijn dat wij dat deel na de 5e december al achter de rug hebben).  En elke zichzelf respecterende groep of vereniging organiseert wel een Julebord. Zo hadden wij op het helsesenter eind november al het Julebord. (foto links: voorbereiding. Voor het eerst in meer dan 20 jaar met gelakte nagels. :)  )
Oftewel het kerstdiner. Bij mij is er geen haar op mijn hoofd die eind november al aan kerst denkt, maar hier ontkom je er niet aan. Alle menu's in restaurants hebben vanaf half november al pinekjøtt (ingemaakt gezouten en eventueel gerookt lamsvlees), lutefisk (geloogde(!) kabeljauw en tynnribbe (spek, met een ruitpatroon op de vette kant ingesneden, en dan langzaam gegaard in de oven, zo dat de vette kant krokant is geworden) op de kaart. Iedereen eet ook een van deze gerechten met kerst. Het Noorse kersteten verwijst naar vroegere, armere tijden. Niks geen reerug, struisvogelbiefstuk of geglaceerde eend hier. Op het Julebord hadden we tynnribbe, en een soort worst, aardappels, rode en witte kool, en winterpeen. En toe uiteraard riskrem, dat is rijstepap met geklopte slagroom erdoor. Met een vruchtensaus erbij. Het was erg lekker. Sytze zat in de bediening en verdiende daar wat mee. We dachten van tevoren dat hij zich niet heel erg netjes aan hoefde te kleden, maar reden toen we al onderweg waren toch maar even terug om zijn pak te halen. Dat was maar goed ook! Als buitenlander mis je de juiste dresscode wel eens. Op het werk kleedt men zich hier minder formeel dan ik gewend ben, maar op feesten en in restaurants doft men zich juist meer op dan wij gewend zijn. Op de foto werden de kok en de bediening bedankt. En daarna country en westernmuziek en dansen!

De afgelopen tijd heb ik veel gereisd voor mijn werk. Zoals wij met de trein reizen, stapt men hier op het vliegtuig. In het onderstaande een impressie. Wist je dat een regenboog, gezien vanuit de lucht, een hele cirkel is? Logisch waarschijnlijk, maar ik had het me nooit gerealiseerd tot ik er een zag. De stad beneden is Bergen.

Van Molde terug naar Trondheim met de Hurtigruten (de g spreek je niet uit). Vertrek: 18.00. Aankomst 6.00

Onder: vertrek uit Molde






Drammen om 8.00. Ochtendwandeling langs de rivier. Een groepje oudere mensen had net een ochtendbad in de rivier genomen. Erg dapper, wanneer je bedenkt dat de buitentemperatuur een graad of 5 was.

 Vanuit buurgemeente Ørland (15 km vanaf huis), vertrekt dagelijks om 6.15 een klein vliegtuig naar Gardermoen (Oslo). 's Avonds om 18.00 gaat die weer terug.
De copiloot geeft de veiligheidsinstructies.
Er is plaats voor 14 mensen. Iedereen kan bij het raam zitten.








Een middag in Oslo, nadat de vergadering op Gardermoen was afgelopen. Naar de National Gallery (Schilderij is van Åstrup) en even over de kerstmarkt.


Het werd net licht. Wanneer je goed kijkt, zie je dat de straatlantaarns nog branden. Vanaf Værnes waren we opgestegen, hier vliegen we boven Trondheim. Op weg naar Molde.




Lieuwe zit nu in de 5e klas. In de 5e klas mogen ze de St. Lucia optocht verzorgen. Opgezocht op internet: "Zij was martelares in Syracuse rond 304 tijdens het bewind van keizer Diocletianus. Ze werd met een dolksteek in de hals gedood. Ze is de enige heilige die vereerd wordt door de Lutheraanse Zweden, Denen en Noren in vieringen die veel voorchristelijke elementen van een midwinter lichtfeest hebben behouden." St. Lucia wordt gevoerd op de 13e december. De optocht kwam ook langs op het helsesenter.



Het is nu een week voor de kerstvakantie. Kerst gaan we weer vieren in Nederland, en deze keer blijven we tot oud en nieuw.  Misschien komen we elkaar nog tegen. En anders hele fijne kerstdagen en een gezond nieuwjaar namens ons allemaal.















zaterdag 23 augustus 2014

Werk

De zomervakantie is begonnen. De eerste dag was helemaal perfect. Druilerig weer met een graad of zeven, af en toe zakkend naar 6. Iedereen dook in een boek of spel en deed gewoon NIETS. Verrukkelijk!

De weken daarvoor lag het gemiddelde tempo erg hoog. Naar het einde van het jaar toe zijn er afsluitingen en uitvoeringen, en alle eerder afgelaste voetbalwedstrijden worden er ook nog even doorgejast. Maar het is weer gelukt. Het is weer allemaal achter de rug, en alles is goed  gegaan. Dit was de afsluiting van het tweede (school)jaar. 1 augustus wonen we hier alweer twee jaar! Het geeft heel veel voldoening om terug te kijken en te vergelijken tussen waar we een jaar geleden stonden en waar we nu staan. Er is weer veel opgebouwd het afgelopen jaar.



 Atletiekwedstrijden in Stadsbygd. Lieuwe deed mee aan de onderdelen 60 meter, bal gooien en verspringen.


Jammer was dat mijn vader en moeder er dit jaar vanaf zagen om naar ons toe te komen. De reis vorig jaar was, afgezien dat ze het prachtig hebben gevonden en enorm hebben genoten, ook erg vermoeiend geweest. Het was dan ook een verstandig besluit om het zit jaar niet te doen. Al hadden Jan, pa moe en ik ook allemaal wel even nodig om ons erbij neer te leggen. We waren ieder voor zich nog wel even bezig om alle ideeën over hoe het misschien, eventueel, toch wel zou kunnen bij langs te gaan. Omdat ik ze toch graag wilde zien, besloot ik een week naar Nederland te gaan. Anne Lieke vroeg vervolgens of ze mee mocht. Daardoor zou ze twee dagen school missen. De directeur van de school verwees me, toen ik om toestemming kwam vragen, naar de klassenleraar, en die vond het geen probleem. Zo gemakkelijk ging het. En zo zijn Anne Lieke en ik samen een week in Nederland geweest. We zijn beurtelings een paar dagen bij pa en moe, Hanneke (moeder van Folmer) en Rein geweest. Het was erg leuk om zo met ons tweeën op stap te zijn.

Vanaf dat ik terug was, heb ik steeds drie dagen per week gewerkt op de kinderopvang (barnehage). Op de een of andere manier vond ik daar meer rust in dan in het begin. Voor het leren van het dialect is het werken daar heel erg goed. Ik pik het snel op, maar het Trøndersk is echt heel verschillend van het Bokmål dat we geleerd hebben. Het grappige is, dat in het Trøndersk een aantal woorden terug te vinden zijn, die we kennen vanuit het Nederlands. In het Bokmål is praten 'å snakke', maar in het Tøndersk gebruiken ze ook 'å prate'. Folmer hoorde laatst iemand praten over 'armoe'. letterlijk hetzelfde als in het Nederlands, terwijl dat in het Bokmål 'fattigdom' is. Het lijkt ons waarschijnlijk dat er vroeger intensief contact geweest is, over zee over en weer met deze omgeving.

watergevecht met de groep 5-6 jarigen

Het werken met de kinderen op de barnehage vind ik heel leuk. Ik heb het meeste gewerkt met kinderen van 1 tot 3, dat vind ik een hele leuke leeftijd. De iets oudere kinderen zijn ook leuk. Zij spelen echter een heel groot gedeelte van de dag buiten. En tijdens het buiten spelen moet je als werknemer toezicht houden. Meestal redden de kinderen zichzelf wel, dus eigenlijk heb je niet zoveel te doen. En omdat je een invalkracht bent, en de kinderen met jou niet zoveel binding hebben, komen ze minder snel naar jou toe. Daarmee komt het er in de praktijk op neer dat ik vaak het gevoel had wat voor spek en bonen rond te lopen. Met de jongere kinderen heb je sneller een band (ook omdat ze je als volwassene sneller nodig hebben voor het een of ander.) Binnen zijn vond ik gemakkelijker. Samen tekenen, puzzelen, een boekje lezen, of eten. Daar heb je tenminste wat te doen. Op de langere termijn zal ik toch blij zijn wanneer ik mijn hersens wat meer kan gebruiken.

Belangrijke gebeurtenis de afgelopen weken was het avslutningsfest van de 10e klas woensdag 18 juni. Er was feest en de leerlingen kregen hun diploma (vitnemål, dit betekent eigenlijk getuigschrift). Van tevoren keken we vreemd aan tegen het gegeven dat alleen de ouders uitgenodigd werden, gewend als we zijn aan het Nederlandse familiefeest bij de afsluiting. Het bleek echter juist daardoor erg leuk te zijn. De 10e klassers stonden daardoor helemaal in het middelpunt. Letterlijk, hun tafels stonden in het midden, de ouders zaten er omheen. Er waren toespraakjes door de klassementoren, de directeur en een vertegenwoordiger van de leerlingen. En verder was er zang en dans verzorgd door de leerlingen.





Toen we uit Nederland vertrokken, zou Sytze beginnen aan de middelbare school. Hier zou hij, was hij gelijk overgestoken, in de 7e of eventueel de 8e klas beland zijn, omdat hij groep 7 (hier de 5e klas) twee keer heeft gedaan. Het schoolsysteem hier lijkt op het middenschoolsysteem, dat in de 70er en 80er jaren vooral door de PvdA gepromoot is, maar nooit van de grond gekomen is in Nederland. Na de lagere school heeft iedereen nog drie jaar algemene vorming op de ungdomsskole. De ungdomsskole maakt deel uit van de grunnskole die uit 10 klassen bestaat.  Pas na de ungdomsskole kies je een richting en ga je naar de videregående skole, het voortgezet onderwijs.
Hier wordt je echter ingedeeld naar je geboortejaar, zitten blijven kennen ze hier niet.  Zodoende belandde Sytze in de 9e klas, bij alle andere kinderen uit 1998. Omdat hij in het begin veel steun had aan Julien, een andere Nederlandse jongen, die ook in de 9e zat, hebben we het zo gelaten. We zouden wel zien hoe hij het redde.

 links en onder: 17e mei optocht. Onder bij het helsesenter (gezondheidscentrum)


En Sytze redde het. In het Noorse schoolsysteem, iets directiever (schoolser) dan het Jenaplansysteem van de Peter Petersenschool, deed Sytze opbloeien. Het systeem bleek goed, misschien wel beter, bij hem te passen. (Hij maakte ook in zijn ontwikkeling een spurt door. Dat heeft ook meegespeeld.) In het begin dat we hier woonden deden we nog wel eens pogingen om Sytze te helpen met zijn werk, bezorgd als we waren vanwege de grote sprong die hij moest maken en de gaten die in zijn kennis moesten zitten daardoor. We werden echter door hem steeds beslist teruggewezen naar onze plaats op afstand. Dat ging niet zonder slag of stoot, maar uiteindelijk moesten we ons er bij neerleggen. Hij redde het zelf wel, dat was zijn overtuiging. En dat klopte ook. Sytze heeft de opleiding afgesloten met een mooie lijst, die alle respect verdient. Op zijn mondeling Engels scoorde hij zelfs een 6, het hoogste cijfer dat je hier kunt halen. (De eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat je hier wel gemakkelijker een 6 haalt dan in het Nederlandse systeem een 10 gegeven wordt.)
Sytze had overigens een hele fijne mentor. Zij was positief en stimuleerde Sytze enorm. Dat was wel geruststellend, nu wij door hem zo beslist naar de zijlijn gedirigeerd waren.
De jaren op de PPS hebben overigens wel vruchten afgeworpen. Zelfstandig werken kan hij, dat heeft hij laten zien. In de eerste tijd op school kreeg Sytze een individueel programma om de taal onder de knie te krijgen. Pas na een half jaar ging hij meedraaien met de klas. Dat werkte goed voor hem.


 Dagje pootjebaaien (water was nog te koud om te zwemmen) en krabben vangen.

Hoewel je uit het voorgaande zou kunnen concluderen dat we alleen maar enthousiast zijn over het schoolsysteem hier, hebben we ook wel onze kanttekeningen. Sytze zal op school hard gewerkt hebben, thuis hebben we daar niet zo heel veel van gemerkt. Hij werkte op school stug aan zijn huiswerk, en had dat meestal af wanneer hij thuis kwam. Resultaat: een wel erg ruime hoeveelheid vrije tijd en (daardoor) bijna dagelijks terugkerende discussies over het besteden daarvan (computer, telefoon, Ipad...). Waarbij de normen die wij ten aanzien van toegestane schermtijd per dag hanteerden, uiteraard, als hopeloos ouderwets en achterhaald afgedaan werden.
Maar misschien is dat een veel voorkomend beeld wel van huishoudens met een 15 jarige? Gisteren nog hadden we aan tafel een gesprek. Dat ging over de regel dat je naar de badkamer geen Ipad meeneemt. Maar... een Ipad is geen telefoon, zo meende Sytze. Een telefoon mag wel mee. Ik: een telefoon is ook een scherm. Dat spreekt vanzelf dat die ook onder de categorie 'niet toegestaan in de badkamer' valt. Voor Sytze volstrekt niet logisch, en het getuigde volgens hem weer van het totaal niet van deze tijd zijn van ons als ouders. Waarvan akte.

Schriftelijk examen doe je hier maar in één (!) vak. Hetzelfde geldt voor mondeling examen. Schriftelijk doe je in Noors, Engels of wiskunde. De hele 10e klas van jouw regio doet examen in hetzelfde vak, door loting wordt bepaald welk vak dat is. Mondeling doe je in een van de 6 vakken die je hebt (je kunt dus ook mondeling wiskunde krijgen). Je klas wordt verdeeld over die 6 vakken. Op je vitnemål worden de gemiddelde cijfers vermeldt van de cijfers die je gedurende het jaar hebt behaald. De cijfers die je op je examens hebt behaald worden daarnaast apart vermeld.

Sytze heeft zich aangemeld voor de richting elektro bij de videregående skole, die gelukkig bij ons in het dorp is, Omdat er sprake is van overinschrijving, wordt er geloot op behaalde cijfers. Met een gemiddelde van 5 verwacht men dat hij zonder problemen toegelaten zal worden. In Noorwegen is het voor plattelanders redelijk gewoon om met je 16e, of nog jonger wanneer je op een eiland woont waar geen grunnskole is, het huis uit te gaan. Wil je een opleiding volgen, dan is het voor grote delen van Noorwegen niet mogelijk om dat in je eigen gemeente te doen. En de reistijden zijn vaak te lang om op en neer naar huis te reizen. Dan ga je op kamers, hybel heet dat hier.


wandeling naar de resten van een neergestort Engels vliegtuig, uit WO II

De jaarafsluiting van Anne Lieke viel in het water, die was namelijk op dezelfde avond gepland als het afsluitingsfeest van Sytze zijn jaar. Dit kan je dus overkomen in Noorwegen! Een collega van Folmer heeft eens gezegd dat bij alle Noren bij geboorte het planningsgen effectief verwijderd wordt. Na twee jaar wonen hier, kunnen we daarover meepraten. Noren gaan met een charmant gemak met planningen, en veranderingen daarin, om. Keerzijde hiervan is dat dat met dat charmante gemak ook wel eens enigszins onverschillig voorbij gegaan wordt aan het effect voor betrokkenen. Dat er drie leerlingen niet kunnen komen op een klassefeest zoals de jaarafsluiting, omdat er slecht gepland is, is gewoon pech gehad voor de betrokkenen.
Anne Lieke begint na de vakantie met de ungdomsskole, ze gaat naar de 8e klas. Ze moest een extra taal kiezen, dat wordt Duits. Ze krijgt nu ook te maken met het systeem van cijfers geven, iets dat in de eerste 7 klassen niet gebeurt. (Overigens is er in de centrum rechtse regering onlangs besloten om ook in de lagere klassen wel met cijfers te gaan werken). Ook krijgt ze meer te maken met vakleerkrachten, en moet ze vanaf nu alle dagen tot half drie naar school, in plaats van de twee middagen vrij die ze tot nu toe had.
Het komende weekend gaat ze met haar voetbalteam naar Sandefjord (zuid Noorwegen, 2 uur reizen vanaf Oslo). Daar is een groot toernooi, met meer dan 500 teams.


Grote vakantie Legoland. Wij konden terugschieten :)

Ons huishouden staat in het teken van dieten. Hoewel ik er in het begin wat kritisch tegenover stond, zie ik dat het aanzienlijke verbeteringen heeft gebracht. Anne Lieke heeft veel baat bij het tarwe vrije dieet dat ze volgt. Tarwe veroorzaakt bij haar vrij direct klachten die met hooikoorts te vergelijken zijn, gecombineerd met een sterke vermoeidheid. (Ja, van een uurtje onafgebroken niezen wordt je ook wel doodmoe). In het begin was dat zoeken, want in heel veel etenswaren zit tarwe. Brood, maar ook in veel crackers, maccaroni, pizza... We hebben ontdekt dat in een van de supermarkten hier een speltbrood verkocht wordt met 90% speltmeel, en we maken nu veel meer zelf. In de vakantie was ze gezwicht voor alle lekkere dingen die voor handen waren in Nederland (maisbrood bijvoorbeeld) met als direct gevolg dat ze weer vaak liep te niezen. Kortom: ze heeft zelf een stuur in handen waarmee ze zelf kan kiezen.
Ook Folmer heeft een aantal maanden een vrij streng dieet gevolgd, en dat is hem goed bekomen. De bioresonantietherapeut die hem behandelt, heeft als speciaal aandachtsveld voeding en  voedingsallergieën. De borreliabacterie had de spijsvertering van Folmer behoorlijk overhoop gegooid. Strategie van de therapie is, naast het aanpakken van de bacterie zelf,  om onder meer via voeding het immuunsysteem te versterken, zodat het lichaam zelf de bacterie aan kan pakken. Langzamerhand begint hij door de behandelingen en door het dieet waar hij zich aan houdt, sterker te worden. Wanneer hij nu iets eet waar hij een half jaar geleden compleet van van slag raakte, dan reageert hij daar allang niet meer zo extreem op als dat het geweest is. Dat zijn belangrijke stappen vooruit, al vertaalt zich dat nog maar mondjesmaat in een toename van energie. De bacterie is ook nog niet uit zijn lijf. Wat dat betreft blijft het een kwestie van heel veel geduld hebben. Dat is bij tijden nog steeds erg frustrerend. Folmer werkt nu 30%. Dit getal geeft echter een vertekend beeld, vind ik. In de afgelopen maanden ben ik steeds meer gaan werken, en is er thuis veel meer op zijn schouders komen te liggen. Thuis loopt hij een stevige stap harder.
Lieuwe klaagde over buikpijn. Eerst dachten we dat dat een psychische oorzaak had. We lazen 's avonds voor uit Harry Potter, en hij vond dat erg spannend af en toe. Er veranderde echter niets aan zijn buikpijn toen we daarmee stopten. Ook een gesprek op school leverde niets op. Dus Lieuwe ging ook een keer mee naar Anne Mette. Hij eet nu gluten- en lactosevrij, en dat hielp hem wél van zijn buikpijn af. Bij ons op tafel staan dus tegenwoordig 3 soorten brood.
                                      wandeling over stuwdam

Na de vakantie gaat Lieuwe naar de 5e klas. Hij houdt dezelfde leraar. De leerkrachten volgen hun groep drie jaar lang, daarna wordt er gewisseld. Lieuwe heeft het afgelopen jaar geen extra Noors gehad, vorig jaar besloten we hem niet uit de klas te halen daarvoor. Mee te doen in de klas vonden we belangrijker. Hij kreeg een individueel programma, dat hij wanneer hij klaar was met zijn werk zelf kon volgen. Dat is ons niet goed bevallen, hij is te weinig aan spreken toe gekomen. In de klas gaat hij veel om met Viggo, zijn Neder-Noorse vriend. Samen praten ze Nederlands. Fijn natuurlijk zo'n hechte vriendschap. Het heeft alleen als nadeel dat Lieuwe een beeldje is blijven hangen in het Nederlands. De Noorse taal moet wat meer aandacht krijgen in het komende jaar. Viggo is in april bij ons in het dorp komen wonen. Dat betekent dat Lieuwe en hij nu lopend naar elkaar toe kunnen. Dat geeft een grotere vrijheid om met elkaar te spelen.


Bij het Kysthotel (Tjuusthotel) in Brekstad kun je vogelkijkers lenen. We maakten een tocht naar de vogelkijkhut bij Garten.

Het besluit om naar Noorwegen te verhuizen, hebben we genomen wetende dat er ook een aantal niet leuke kanten aan zaten. Een ervan is dat we onze familie en vrienden achterlieten. Daarvan waren we ons bewust. Op allerlei hoogtijdagen zijn ze er niet, en wij missen die van hen. Nu leven we in een tijd dat dat gemis wel gedeeltelijk opgevuld wordt met allerlei technische mogelijkheden. We kunnen bellen, Facetimen, Skypen, mailen, Whatsappen, en daar maken we ook dankbaar gebruik van. Echt hoor, als we zitten te facetimen, dan is het soms net alsof we bij elkaar op de koffie zijn. En mochten we dan de behoefte krijgen om elkaar in het echt te zien, dan pakken we het vliegtuig, twee uur later stappen we uit het vliegtuig op Schiphol. Afstanden zijn daarmee in een totaal ander perspectief komen te staan dan een jaar of 30 geleden. Toen mijn hartsvriendin Nympha verhuisde naar Verweggistan na de middelbare school, waren we aangewezen op de post.We schreven trouw minstens een keer per maand naar elkaar. En we spraken elkaar hoogstens eens per jaar. De technische mogelijkheden hebben het gevoel van afstand beinvloed.  Je kunt directer op elkaar reageren. Het is daardoor mogelijk een gevoel van betrokkenheid te houden, ondanks de afstand.


verjaardag van Lieuwe in Nederland



Maar toch blijven er van die dingen die niet leuk zijn. Mijn vader kreeg, na jaren van pijn en steeds slechter lopen, te horen dat hij een compleet versleten heup had. Hij  kon daaraan geholpen worden, dan zou hij operatief een nieuwe heup krijgen. Dit was voor mij een nieuwe situatie. Voor het eerst ervoer ik de grote afstand werkelijk als een belemmering. Voor mijn moeder had de operatie grote gevolgen. Zij zou in ieder geval de dagen van de operatie zonder pa door moeten brengen. Omdat haar geheugen haar soms in de steek laat en ze dan enigszins gedesorienteerd kan raken, wist niemand precies hoe ze zou reageren op de afwezigheid van pa. Ze weten zich samen nog prima te redden, maar ze steunen elkaar duidelijk meer dan 10 jaar terug. Zo vormen ze samen een prima team. Wat gebeurt er dan wanneer een van de twee de ander die steun tijdelijk niet kan bieden? Niemand kon dat van tevoren voorzien.
Veel van de voorbereiding heb ik gevolgd vanuit Noorwegen. Ook was ik thuis in Noorwegen tijdens de operatie Een week daarna  ben ik pas naar hen toe gereisd om vervolgens een week bij hen te zijn. Er zijn delen van die hele periode die ik beslist niet gemakkelijk heb gevonden. Bij het nemen van bepaalde beslissingen sta je op het tweede plan wanneer je ver weg woont, terwijl de betrokkenheid niet minder is geworden. Dat vond ik moeilijk. Ik geloof zeker dat ik in die tijd mensen ook op de zenuwen heb gewerkt. Dat was andersom ook zo. Bepaalde dingen verliepen op een manier waar ik moeite mee had. En dan bemoeide ik me er tegenaan. Maar je bent er niet bij, en daarmee verlies je voor een deel je stem. En Facetime is een mooi medium, maar het vergoedt niet helemaal de omhelzing kort na de operatie. Wat wel erg leuk was, was om daarna een week bij mijn ouders te zijn. Er was rust en tijd voor gesprekken. En verwerking. We zijn samen op stap geweest. Een week logeren bij je ouders, dat doe je kennelijk alleen wanneer je ver weg woont. Die week heeft voor mij veel vergoed.














Klimpark in Skien. Grote vakantie


In april heb ik de schriftelijke Bergens test gedaan, de taaltoets voor hoger opgeleiden. Die test wordt bij een aantal beroepen in Noorwegen verplicht gesteld voor buitenlanders die hier komen werken. Ook wanneer je wilt studeren moet je deze gehaald hebben. In de gezondheidszorg is hij verplicht bijvoorbeeld. Bij Stranda is er ook een reeks aan toetsen die je kunt doen om je niveau te bepalen. Die toetsen zijn voor niet Europeanen verplicht. Voor Europeanen niet, met als gevolg dat je zelf voor de kosten opdraait. Met de Bergenstest was ik in een keer van alles af, dus ik besloot ik me daarop te richten. De toets werd eind april afgenomen in Trondheim. Start: 9 uur in de morgen. Dat haalde ik niet wanneer ik van huis vertrok, dus ben ik de avond van tevoren naar Trondheim gereisd. In een zaaltje van de Folkeuniversitet, samen met een stuk of 30 andere mensen van over de hele wereld, werd de toets afgenomen. Om 3 uur was ik klaar. Teruglopend naar het hotel, nog even een stuk kaas gekocht bij Nederlandse mensen die een kaasmakerij hebben op Inderøya (øy betekent eiland). Half mei kreeg ik de uitslag: geslaagd!

                                                                                   Hardloopwedstrijdje bij Yrjar. Sytze, Lieuwe en ik deden mee
Afgezien daarvan is taal in het dagelijkse leven ook heel belangrijk, zeker voor iemand die zo op communicatie gericht is als ik zelf. Ook daarom heb ik me het afgelopen jaar op het leren van de taal gestort. In het begin toen we hier kwamen, konden we ons redden. In een gesprek konden we onze mening over iets geven door te zeggen: 'det er bra' (dat is goed) of 'det er ikke bra' (dat is niet goed). Dat is leuk om een beetje op gang te komen, maar je merkt ook dat je redelijk snel door je gespreksstof heen bent. In een gesprek met mensen is het weinig bevredigend om geen nuance aangeven tussen zwart en wit, laat staan dat je je mening een bepaalde kleur wilt geven. Zeker wanneer je gewend bent om de beschikking te hebben over een kleurdoos met meer dan 50 verschillende kleuren. Het je gebrekkig uit kunnen drukken, staat daarmee contact in de weg. Een avond lang een gesprek voeren met vrienden lukt in het begin nog niet of is dodelijk vermoeiend, dus je sluit nog geen vriendschappen en er zijn momenten dat ik Noren ook min of meer uit de weg ben gegaan. Ik had de energie niet voor contact.  Het is ook erg fijn dat er hier andere Nederlanders wonen, we hebben elkaar enigszins de eerste opstartperiode door geholpen.
Ik hoor wel eens dat de Noren vrij afstandelijk zijn, maar wat mij betreft is dit aspect meer de bottleneck geweest bij de integratie.

Dit dreigt een blogaflevering te worden die nooit af komt. Er gebeurt zo veel! Maar voordat ik deze pagina publiceer, moet ik nog even vertellen dat ik maandag begin met een Echte Baan.  Maandag  begin in de beide helsesentrer (gezondheidscentra) van Bjugn en Åfjord als prosjektleder velferdsteknologi. De vorige keer vertelde ik dat ik nog niet was uitgenodigd voor een gesprek, en nu is het me verdikkeme helemaal gelukt! Het grappige was dat ik in een keer voor twee banen op gesprek werd uitgenodigd.
Begin april was ik op het helsesenter in Bjugn voor een netwerkgesprek met Torkil. Hij staat aan het hoofd van het helsesenter in Bjugn, en ik wilde graag kennismaken met hem. Hij vertelde heel enthousiast over een pilotproject rondom velferdsteknologi. (Je zou deze term kunnen vertalen als welvaartstechnologie, maar volgens mij worden er in Nederland andere woorden voor gebruikt.) Velferdsteknologie gaat over het toepassen van de technische mogelijkheden ten dienste van de mensen die zorg nodig hebben, om daarmee hun veiligheid te waarborgen en hun zelfstandigheid te vergroten. En last but not least: de kosten voor de zorg op langere termijn beheersbaar te houden.

In Bjugn en Åfjord loopt een pilot met het gebruik van GPS voor dementerenden, en de automatische uitgifte van medicijnen, zo legde hij uit. Landelijk zijn er 8 gemeenten die meedraaien in de pilot. Het klonk heel leuk, zoals hij erover vertelde. Ik ging na het gesprek weer weg, en dat was het dan.
In juni zag ik dat er op de site van de NAV  (Het Noorse equivalent voor CWI, Sociale dienst en GAK samen) een vacature stond voor de baan van projectleider. Ik was wat aan de late kant, heb net voor de sluitingstermijn gereageerd. Een week later zouden we op vakantie zou gaan, dat heb ik maar gelijk doorgegeven. Ik hoorde dat er 21 belangstellenden waren geweest. Dat waren er meer dan ik verwacht had, waarmee ik mijn kansen gelijk kleiner zag worden. Nog voor onze vakantie werd ik gebeld, op maandagmiddag om 3 uur. Of ik woensdagmorgen om 8 uur kon komen. De andere 4 kandidaten zouden een week later komen. Gelijk kreeg ik een stevig portie huiswerk: het was de bedoeling dat ik een presentatie kwam houden over mezelf, en over wat ik dacht toe te voegen aan het project. Alstublieft. Dat gaf mij dus nog iets minder dan anderhalve dag voor de voorbereiding.

Dinsdagochtend ben ik daaraan begonnen. 's Avonds om half 12 deed ik de computer uit en stopte ik de presentatie op USB stick in mijn tas. De volgende dag heb ik die presentatie staan geven met volop adrenaline in mijn lijf. Dat ging lekker flitsend, vond ik. En ik kreeg positieve, leuke reacties. Iemand reageerde bedachtzaam: goh, dit is een hele andere invalshoek....  Gaandeweg de dag zakte dat adrenalineniveau en raakte ik meer en meer vertwijfeld; wat was er eigenlijk gebeurd? Wat had ik in vredesnaam allemaal gezegd? En hoe hadden ze gereageerd? Een andere invalshoek... ojee... wat betekende dat eigenlijk?
Een week later in Legoland werd ik opgebeld door Siv Iren. (zij is bij de gemeente verantwoordelijk voor de zorg. Haar zoon zat bij Sytze in de klas. We kenden elkaar ook van langs het voetbalveld. Zij had me de naam van Torkil gegeven.) Zij vertelde me dat de andere 4 inmiddels geweest waren, en ik was als enige door naar de volgende ronde. De anderen waren afgevallen.
Dit was wel een hele luxe uitgangspositie!
Het tweede gesprek ging gemakkelijk. Deze keer was het hoofd van het helsesenter in Åfjord ook aanwezig, en een representant van de vakbond. Het is in Noorwegen wettelijk geregeld dat er bij een sollicitatiegesprek altijd iemand van de vakbond bij is. Daarmee was ik voor twee van de drie mensen nieuw (Siv Iren was ziek), en kon ik de presentatie dunnetjes over doen.
Diezelfde middag hoorde ik dat ik was aangenomen.
De andere vacature was voor een baan in Trondheim, 50% als loopbaanadviseur bij een bureau uit Oslo. Op 8 augustus zou ik gebeld worden, in eerste instantie ging het om een telefonisch onderhoud. Nooit meer iets van gehoord. Ook dat is Noorwegen.