Naar het buitenland verhuizen om een nieuw bestaan op te bouwen is een krankzinnige onderneming. Bovendien is het totaal onverantwoord. Denk aan zaken als pensioenbreuk, huisverkoop, en wat er moet gebeuren bij onverwacht overlijden, en de rillingen lopen je over de rug. Wanneer we nu op bepaalde delen van de hele terugkijken, dan zijn we verbaasd over onze eigen naiviteit en het gemak waarmee we bepaalde beslissingen hebben genomen, beslissingen die verstrekkende gevolgen hadden voor het hele gezin. We zijn blij dat er geen grote dingen mis zijn gegaan, en realiseren ons dat we een aantal keren aan gezinsleed ontsnapt zijn.
Folmer kan alweer iets meer aan. Hier waren we bij de engel, een pittige klim!
Klein voorbeeld. Vorig jaar hebben we dit huis gekocht, omdat we door hadden dat er op de huurmarkt niet veel geschikte huizen waren voor ons. Het huis waar we woonden was van een particulier, en werd verhuurd aan de gemeente, die het doorverhuurde aan ons. De gemeente had de volgende huurders al in de wacht staan, toen wij verhuisden, het ging om een ander Nederlands gezin dat per 1 april hier naar toe zou komen. In de eerste week van maart kwam de eigenaar van het huis met het bericht dat hij de huur aan de gemeente opzegde. Hij had het huis zelf nodig voor zijn dochter, wiens huwelijk stuk was gelopen. De huurbescherming in Noorwegen reikt niet verder dan twee maanden. Hadden we geen huis gekocht, dan hadden we dus vorig jaar begin maart te horen gekregen dat we per 1 mei moesten verkassen, misschien wel naar een huis in Oksvoll, of nog verder weg. Van een collega van Folmer, die ons hielp met verhuizen, hoorden we dat hij in het eerste jaar dat hij hier woonde, met zijn gezin (hij en zijn vrouw hebben twee kinderen) vier keer heeft moeten verhuizen. Hij vertelde heel droog dat het op het laatst heel gemakkelijk ging, alle overbodige dingen hadden ze in de loop van dat jaar weggegooid. Ik keek hem met grote ogen aan, en voelde me erg nederig. Ik kon alleen maar denken dat elke volgende verhuizing mij een stevige zenuwinzinking bezorgd zou hebben. Na vier verhuizingen was ik een compleet wrak geweest.

Aan de andere kant kunnen we het gegeven dat we een aantal klippen hebben weten te omzeilen ook aan onszelf toeschrijven. Wanneer je lastige situaties het hoofd biedt, dan vervult ons dat met trots. Het geeft een kick om problemen op te lossen. In de vorige blog vertelde ik van de tocht door de krochten van het NOKUT, om gedaan te krijgen dat mijn in Nederland behaalde diploma's gewaardeerd en erkend werden. Onderweg heb ik diverse keren de neiging gehad om mijn kop in de wind te gooien en te denken dat ik het ook wel redde zonder die goedkeuring. Nu ben ik blij dat ik doorgezet heb, en die goedkeuring op zak heb.
Er ligt een eland onder de boom, in de achtertuin van de buren. Zoekplaatje.
We kennen verschillende landgenoten, die toen ze weggingen, nog met een niet verkocht huis in Nederland in hun maag zaten. Die dans zijn we ontsprongen, mede dankzij een beschermengel die in die tijd waarschijnlijk overuren heeft gedraaid. Niet iedereen die naar Noorwegen verhuist, is zijn huis kwijt, en dat geeft zorgen. Alle Nederlanders hier hebben zo hun eigen verhaal, met verschillende, maar ook overeenkomstige elementen.
Emigreren vraagt geduld, doorzettingsvermogen, en wanneer onderdelen van je leven op de rit staan, geeft het een kick.
Op de punt bij Garten.
Een van de dingen die nog niet op de rails staan, is werk voor mij. Maar het is wel een proces dat stapje voor stapje vordert. Folmer had een baan toen we hierheen kwamen, voor mij is het een langer durend proces. Werken als psycholoog in de gezondheidszorg lukt hier niet. In Nederland had ik nog twee jaar opleiding moeten volgen voor een BIG registratie, in Noorwegen komt het neer op nog 4 jaar naar de universiteit in Trondheim, tussen de 20 jarigen. Die weg is me te lang, te eenzaam en te gecompliceerd.
Maar wat dan wel?
Ondertussen ben ik begonnen met werken op de kinderopvang, voor de taal. En dan vooral om beter te worden in het Trøndersk dialect, met Noors (Bokmål) wil het ondertussen wel. De afgelopen maand heb ik iedere keer drie dagen per week gewerkt. Het gevoel dat ik heb bij dat werk is ambivalent. Aan de ene kant vind ik de kinderen erg leuk, ik werk op een groep in de leeftijd tussen 1 en 3.
Weer of geen weer, de kinderen krijgen regenkleding aan, en we gaan naar buiten. 'Er is geen slecht weer, maar alleen slechte kleren', zoals je misschien nog weet. Al is dat gezegde toch wel wat aan het veranderen in 'er is geen slecht weer, alleen maar slechte auto's'......
Ik vind het erg prettig dat ik niet op mijn tenen hoef te lopen. Dat geeft rust. Eigenlijk heb ik alleen de taal waar ik in moet komen. Maar er zijn delen van de dag die ik saai vindt. Ik ben gewend om mijn hersens te gebruiken en om mijn eigen dag in te kunnen delen. Dat is dus even wennen.
Het werken op de kinderopvang doe ik overigens niet alleen voor de taal. De samenleving hier is er een van de informele contacten, nog veel sterker dan in Nederland. Je komt er tussen, door deel uit te maken van die gemeenschap. In een baan leer je mensen kennen, en ik hoor vaak van anderen dat ze wel doorrollen wanneer ze eenmaal ergens begonnen zijn. Daar hoop ik ook op.
Op mijn sollicitaties heb ik nog geen respons. Ik ben nog nergens uitgenodigd. De markt is kennelijk ruim genoeg, dan wordt een vreemd CV sneller aan de kant gelegd. Ik moet het waarschijnlijk meer van netwerken hebben.
Na de vorige blog hadden we eerst de wereldbeker en de wereldkampioenschappen schaatsen voor junioren. Dat was een hele organisatie voor een kleine gemeenschap zoals Bjugn is. Maar ze hadden het prima voor elkaar. Ik heb me weer opgegeven als vrijwilliger. Dat is echt een hele leuke manier om andere mensen te ontmoeten en te leren kennen.

Verder was het Sotchi revisited. Vooral de meiden reden ijzersterk, en reden alle concurrentie finaal van de baan. Ze hebben extra Nederlandse vlaggen aan moeten schaffen, omdat er voor de prijsuitreiking dikwijls drie nodig waren. De jongens waren iets bescheidener, maar ook daar stond er meestal wel een Nederlander op het podium. Van de fysiotherapeut hoorden we dat de Nederlandse ploeg in de schaatsweek de vrije tijd veelal liggend op bed doorbracht. Ze hadden de trainingsomvang teruggebracht tot 1/3 van het gebruikelijke programma. Dat wierp zijn vruchten af! De rust en ontspanning zorgde ervoor dat de schaatsers op de wedstrijden konden pieken. We zagen sommige schaatsters van andere landen soms al meer dan een uur van tevoren beginnen met warmlopen en krachtoefeningen doen. Daarbij vroegen we ons dan enigszins verbaasd af of de betreffende sporter zijn of haar kruit niet al verschoten had voor de start van de wedstrijd.
Folmer en de kinderen hadden alle Unox mutsen en AH gadgets uit de kast gehaald. Hier zie je Lieuwe met Liv Una, de dochter van Nynke.
Zo'n grote ijshal vul je niet gemakkelijk met zoveel publiek, dat het een beetje gezellig wordt. Bij de kampioenschappen was er wel veel volk, maar bij de wereldbeker was het wat stilletjes.
De schoolkinderen van de Botngårdskole waren toen een dag geronseld als publiek. De klas van Anne Lieke had allemaal vlaggen en andere aanmoedigingsspullen gemaakt. Het was met ongeveer 400 kinderen en een stuk of 30 (?) leerkrachten gelijk een stuk gezelliger in de hal.
Rein is weer op bezoek geweest in maart. Sneeuwballengevecht!
En voordat de strooiauto komt gauw sleetje rijden in de straat. We hebben overigens weinig sneeuw gehad, ook in februari en maart. De mensen die hier wonen vonden het heel extreem.
Verder gaat het leven zijn gewone gangetje. Lieuwe had een feest met zijn schoolklas, en moest mooi gekleed opdraven....
Anne Lieke heeft haar eerste voetbalwedstrijden alweer achter de rug.......
Sytze heeft het goed met zijn vrienden, hij gamet regelmatig tot diep in de nacht. En ach, daar heb je zo wel eens je discussies over, ja ...

Trix is een geintegreerd en gewaardeerd gezinslid...... Voelt zich hier helemaal op haar
gemak, zoals je ziet....
Met Snoes ging het wat minder. Nadat ze geseriliseerd is, kreeg ze een stevige ooginfectie. Drie weken lang moest ze 2x per dag antibiotica slikken en zalf in haar oog. Ze durft nog steeds niet in de kamer te komen.
En verder deed april wat hij wilde, woensdag stonden we op de ski's en zondag waren we op een sneeuwvrij veld aan het honkballen...
We hebben een week op Odin gepast, de broer van Trix...
En we rijden nog steeds eens per twee weken naar Trondheim, voor Folmers behandeling. Onderweg beleef je altijd wel wat. Hier was de boot op de terugweg zo vol, dat we de een na laatste plaats op de veerboot kregen. We stonden op een hele schuine helling... Ik kon de hellingproef weer eens doen. Een andere keer waaide het zo hard, dat we de laatste boot hadden, voor die uit de vaart ging. Het water spatte over het dek.
Folmer gaat nog steeds langzaam vooruit. Dat het langzaam gaat, is frustrerend. Dat hij nog steeds vooruitgaat, daar zijn we blij mee.
Aaltsje is een kleine week op bezoek geweest in de paasvakantie. Hier komt ze aan met de snelboot in Vanvikan. In die week hebben we veel gewandeld, onder andere naar Asplihaugen (zie onder). Anne Lieke was mee. We besloten dezelfde tocht nog een keer te doen met Lieuwe en Sytze (hij was te zwaar voor Folmer), toen liepen we met stralend mooi weer. Helaas zijn de foto's daarvan door mijn telefoon opgegeten. Doodzonde.
Laatst aten we voor het eerst shoarma, met pita broodjes gebakken van spelt meel. Lekker waren die! Sinds Anne Lieke de tarwemeel laat staan, heeft ze haast geen allergieklachten meer. Het niezen is met 95 % afgenomen. Daar is ze erg gelukkig mee, en wij zijn het ook voor haar. Ook bij Folmer was de relatie tussen het hebben van een slechte dag en het eten van iets met tarwemeel ook niet te missen.
Ik weet het, het is raar en niet te geloven. En het is met een populatie van N=2 nooit wetenschappelijk te bewijzen.
Maar wij weten genoeg.