zaterdag 23 augustus 2014

Werk

De zomervakantie is begonnen. De eerste dag was helemaal perfect. Druilerig weer met een graad of zeven, af en toe zakkend naar 6. Iedereen dook in een boek of spel en deed gewoon NIETS. Verrukkelijk!

De weken daarvoor lag het gemiddelde tempo erg hoog. Naar het einde van het jaar toe zijn er afsluitingen en uitvoeringen, en alle eerder afgelaste voetbalwedstrijden worden er ook nog even doorgejast. Maar het is weer gelukt. Het is weer allemaal achter de rug, en alles is goed  gegaan. Dit was de afsluiting van het tweede (school)jaar. 1 augustus wonen we hier alweer twee jaar! Het geeft heel veel voldoening om terug te kijken en te vergelijken tussen waar we een jaar geleden stonden en waar we nu staan. Er is weer veel opgebouwd het afgelopen jaar.



 Atletiekwedstrijden in Stadsbygd. Lieuwe deed mee aan de onderdelen 60 meter, bal gooien en verspringen.


Jammer was dat mijn vader en moeder er dit jaar vanaf zagen om naar ons toe te komen. De reis vorig jaar was, afgezien dat ze het prachtig hebben gevonden en enorm hebben genoten, ook erg vermoeiend geweest. Het was dan ook een verstandig besluit om het zit jaar niet te doen. Al hadden Jan, pa moe en ik ook allemaal wel even nodig om ons erbij neer te leggen. We waren ieder voor zich nog wel even bezig om alle ideeën over hoe het misschien, eventueel, toch wel zou kunnen bij langs te gaan. Omdat ik ze toch graag wilde zien, besloot ik een week naar Nederland te gaan. Anne Lieke vroeg vervolgens of ze mee mocht. Daardoor zou ze twee dagen school missen. De directeur van de school verwees me, toen ik om toestemming kwam vragen, naar de klassenleraar, en die vond het geen probleem. Zo gemakkelijk ging het. En zo zijn Anne Lieke en ik samen een week in Nederland geweest. We zijn beurtelings een paar dagen bij pa en moe, Hanneke (moeder van Folmer) en Rein geweest. Het was erg leuk om zo met ons tweeën op stap te zijn.

Vanaf dat ik terug was, heb ik steeds drie dagen per week gewerkt op de kinderopvang (barnehage). Op de een of andere manier vond ik daar meer rust in dan in het begin. Voor het leren van het dialect is het werken daar heel erg goed. Ik pik het snel op, maar het Trøndersk is echt heel verschillend van het Bokmål dat we geleerd hebben. Het grappige is, dat in het Trøndersk een aantal woorden terug te vinden zijn, die we kennen vanuit het Nederlands. In het Bokmål is praten 'å snakke', maar in het Tøndersk gebruiken ze ook 'å prate'. Folmer hoorde laatst iemand praten over 'armoe'. letterlijk hetzelfde als in het Nederlands, terwijl dat in het Bokmål 'fattigdom' is. Het lijkt ons waarschijnlijk dat er vroeger intensief contact geweest is, over zee over en weer met deze omgeving.

watergevecht met de groep 5-6 jarigen

Het werken met de kinderen op de barnehage vind ik heel leuk. Ik heb het meeste gewerkt met kinderen van 1 tot 3, dat vind ik een hele leuke leeftijd. De iets oudere kinderen zijn ook leuk. Zij spelen echter een heel groot gedeelte van de dag buiten. En tijdens het buiten spelen moet je als werknemer toezicht houden. Meestal redden de kinderen zichzelf wel, dus eigenlijk heb je niet zoveel te doen. En omdat je een invalkracht bent, en de kinderen met jou niet zoveel binding hebben, komen ze minder snel naar jou toe. Daarmee komt het er in de praktijk op neer dat ik vaak het gevoel had wat voor spek en bonen rond te lopen. Met de jongere kinderen heb je sneller een band (ook omdat ze je als volwassene sneller nodig hebben voor het een of ander.) Binnen zijn vond ik gemakkelijker. Samen tekenen, puzzelen, een boekje lezen, of eten. Daar heb je tenminste wat te doen. Op de langere termijn zal ik toch blij zijn wanneer ik mijn hersens wat meer kan gebruiken.

Belangrijke gebeurtenis de afgelopen weken was het avslutningsfest van de 10e klas woensdag 18 juni. Er was feest en de leerlingen kregen hun diploma (vitnemål, dit betekent eigenlijk getuigschrift). Van tevoren keken we vreemd aan tegen het gegeven dat alleen de ouders uitgenodigd werden, gewend als we zijn aan het Nederlandse familiefeest bij de afsluiting. Het bleek echter juist daardoor erg leuk te zijn. De 10e klassers stonden daardoor helemaal in het middelpunt. Letterlijk, hun tafels stonden in het midden, de ouders zaten er omheen. Er waren toespraakjes door de klassementoren, de directeur en een vertegenwoordiger van de leerlingen. En verder was er zang en dans verzorgd door de leerlingen.





Toen we uit Nederland vertrokken, zou Sytze beginnen aan de middelbare school. Hier zou hij, was hij gelijk overgestoken, in de 7e of eventueel de 8e klas beland zijn, omdat hij groep 7 (hier de 5e klas) twee keer heeft gedaan. Het schoolsysteem hier lijkt op het middenschoolsysteem, dat in de 70er en 80er jaren vooral door de PvdA gepromoot is, maar nooit van de grond gekomen is in Nederland. Na de lagere school heeft iedereen nog drie jaar algemene vorming op de ungdomsskole. De ungdomsskole maakt deel uit van de grunnskole die uit 10 klassen bestaat.  Pas na de ungdomsskole kies je een richting en ga je naar de videregående skole, het voortgezet onderwijs.
Hier wordt je echter ingedeeld naar je geboortejaar, zitten blijven kennen ze hier niet.  Zodoende belandde Sytze in de 9e klas, bij alle andere kinderen uit 1998. Omdat hij in het begin veel steun had aan Julien, een andere Nederlandse jongen, die ook in de 9e zat, hebben we het zo gelaten. We zouden wel zien hoe hij het redde.

 links en onder: 17e mei optocht. Onder bij het helsesenter (gezondheidscentrum)


En Sytze redde het. In het Noorse schoolsysteem, iets directiever (schoolser) dan het Jenaplansysteem van de Peter Petersenschool, deed Sytze opbloeien. Het systeem bleek goed, misschien wel beter, bij hem te passen. (Hij maakte ook in zijn ontwikkeling een spurt door. Dat heeft ook meegespeeld.) In het begin dat we hier woonden deden we nog wel eens pogingen om Sytze te helpen met zijn werk, bezorgd als we waren vanwege de grote sprong die hij moest maken en de gaten die in zijn kennis moesten zitten daardoor. We werden echter door hem steeds beslist teruggewezen naar onze plaats op afstand. Dat ging niet zonder slag of stoot, maar uiteindelijk moesten we ons er bij neerleggen. Hij redde het zelf wel, dat was zijn overtuiging. En dat klopte ook. Sytze heeft de opleiding afgesloten met een mooie lijst, die alle respect verdient. Op zijn mondeling Engels scoorde hij zelfs een 6, het hoogste cijfer dat je hier kunt halen. (De eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat je hier wel gemakkelijker een 6 haalt dan in het Nederlandse systeem een 10 gegeven wordt.)
Sytze had overigens een hele fijne mentor. Zij was positief en stimuleerde Sytze enorm. Dat was wel geruststellend, nu wij door hem zo beslist naar de zijlijn gedirigeerd waren.
De jaren op de PPS hebben overigens wel vruchten afgeworpen. Zelfstandig werken kan hij, dat heeft hij laten zien. In de eerste tijd op school kreeg Sytze een individueel programma om de taal onder de knie te krijgen. Pas na een half jaar ging hij meedraaien met de klas. Dat werkte goed voor hem.


 Dagje pootjebaaien (water was nog te koud om te zwemmen) en krabben vangen.

Hoewel je uit het voorgaande zou kunnen concluderen dat we alleen maar enthousiast zijn over het schoolsysteem hier, hebben we ook wel onze kanttekeningen. Sytze zal op school hard gewerkt hebben, thuis hebben we daar niet zo heel veel van gemerkt. Hij werkte op school stug aan zijn huiswerk, en had dat meestal af wanneer hij thuis kwam. Resultaat: een wel erg ruime hoeveelheid vrije tijd en (daardoor) bijna dagelijks terugkerende discussies over het besteden daarvan (computer, telefoon, Ipad...). Waarbij de normen die wij ten aanzien van toegestane schermtijd per dag hanteerden, uiteraard, als hopeloos ouderwets en achterhaald afgedaan werden.
Maar misschien is dat een veel voorkomend beeld wel van huishoudens met een 15 jarige? Gisteren nog hadden we aan tafel een gesprek. Dat ging over de regel dat je naar de badkamer geen Ipad meeneemt. Maar... een Ipad is geen telefoon, zo meende Sytze. Een telefoon mag wel mee. Ik: een telefoon is ook een scherm. Dat spreekt vanzelf dat die ook onder de categorie 'niet toegestaan in de badkamer' valt. Voor Sytze volstrekt niet logisch, en het getuigde volgens hem weer van het totaal niet van deze tijd zijn van ons als ouders. Waarvan akte.

Schriftelijk examen doe je hier maar in één (!) vak. Hetzelfde geldt voor mondeling examen. Schriftelijk doe je in Noors, Engels of wiskunde. De hele 10e klas van jouw regio doet examen in hetzelfde vak, door loting wordt bepaald welk vak dat is. Mondeling doe je in een van de 6 vakken die je hebt (je kunt dus ook mondeling wiskunde krijgen). Je klas wordt verdeeld over die 6 vakken. Op je vitnemål worden de gemiddelde cijfers vermeldt van de cijfers die je gedurende het jaar hebt behaald. De cijfers die je op je examens hebt behaald worden daarnaast apart vermeld.

Sytze heeft zich aangemeld voor de richting elektro bij de videregående skole, die gelukkig bij ons in het dorp is, Omdat er sprake is van overinschrijving, wordt er geloot op behaalde cijfers. Met een gemiddelde van 5 verwacht men dat hij zonder problemen toegelaten zal worden. In Noorwegen is het voor plattelanders redelijk gewoon om met je 16e, of nog jonger wanneer je op een eiland woont waar geen grunnskole is, het huis uit te gaan. Wil je een opleiding volgen, dan is het voor grote delen van Noorwegen niet mogelijk om dat in je eigen gemeente te doen. En de reistijden zijn vaak te lang om op en neer naar huis te reizen. Dan ga je op kamers, hybel heet dat hier.


wandeling naar de resten van een neergestort Engels vliegtuig, uit WO II

De jaarafsluiting van Anne Lieke viel in het water, die was namelijk op dezelfde avond gepland als het afsluitingsfeest van Sytze zijn jaar. Dit kan je dus overkomen in Noorwegen! Een collega van Folmer heeft eens gezegd dat bij alle Noren bij geboorte het planningsgen effectief verwijderd wordt. Na twee jaar wonen hier, kunnen we daarover meepraten. Noren gaan met een charmant gemak met planningen, en veranderingen daarin, om. Keerzijde hiervan is dat dat met dat charmante gemak ook wel eens enigszins onverschillig voorbij gegaan wordt aan het effect voor betrokkenen. Dat er drie leerlingen niet kunnen komen op een klassefeest zoals de jaarafsluiting, omdat er slecht gepland is, is gewoon pech gehad voor de betrokkenen.
Anne Lieke begint na de vakantie met de ungdomsskole, ze gaat naar de 8e klas. Ze moest een extra taal kiezen, dat wordt Duits. Ze krijgt nu ook te maken met het systeem van cijfers geven, iets dat in de eerste 7 klassen niet gebeurt. (Overigens is er in de centrum rechtse regering onlangs besloten om ook in de lagere klassen wel met cijfers te gaan werken). Ook krijgt ze meer te maken met vakleerkrachten, en moet ze vanaf nu alle dagen tot half drie naar school, in plaats van de twee middagen vrij die ze tot nu toe had.
Het komende weekend gaat ze met haar voetbalteam naar Sandefjord (zuid Noorwegen, 2 uur reizen vanaf Oslo). Daar is een groot toernooi, met meer dan 500 teams.


Grote vakantie Legoland. Wij konden terugschieten :)

Ons huishouden staat in het teken van dieten. Hoewel ik er in het begin wat kritisch tegenover stond, zie ik dat het aanzienlijke verbeteringen heeft gebracht. Anne Lieke heeft veel baat bij het tarwe vrije dieet dat ze volgt. Tarwe veroorzaakt bij haar vrij direct klachten die met hooikoorts te vergelijken zijn, gecombineerd met een sterke vermoeidheid. (Ja, van een uurtje onafgebroken niezen wordt je ook wel doodmoe). In het begin was dat zoeken, want in heel veel etenswaren zit tarwe. Brood, maar ook in veel crackers, maccaroni, pizza... We hebben ontdekt dat in een van de supermarkten hier een speltbrood verkocht wordt met 90% speltmeel, en we maken nu veel meer zelf. In de vakantie was ze gezwicht voor alle lekkere dingen die voor handen waren in Nederland (maisbrood bijvoorbeeld) met als direct gevolg dat ze weer vaak liep te niezen. Kortom: ze heeft zelf een stuur in handen waarmee ze zelf kan kiezen.
Ook Folmer heeft een aantal maanden een vrij streng dieet gevolgd, en dat is hem goed bekomen. De bioresonantietherapeut die hem behandelt, heeft als speciaal aandachtsveld voeding en  voedingsallergieën. De borreliabacterie had de spijsvertering van Folmer behoorlijk overhoop gegooid. Strategie van de therapie is, naast het aanpakken van de bacterie zelf,  om onder meer via voeding het immuunsysteem te versterken, zodat het lichaam zelf de bacterie aan kan pakken. Langzamerhand begint hij door de behandelingen en door het dieet waar hij zich aan houdt, sterker te worden. Wanneer hij nu iets eet waar hij een half jaar geleden compleet van van slag raakte, dan reageert hij daar allang niet meer zo extreem op als dat het geweest is. Dat zijn belangrijke stappen vooruit, al vertaalt zich dat nog maar mondjesmaat in een toename van energie. De bacterie is ook nog niet uit zijn lijf. Wat dat betreft blijft het een kwestie van heel veel geduld hebben. Dat is bij tijden nog steeds erg frustrerend. Folmer werkt nu 30%. Dit getal geeft echter een vertekend beeld, vind ik. In de afgelopen maanden ben ik steeds meer gaan werken, en is er thuis veel meer op zijn schouders komen te liggen. Thuis loopt hij een stevige stap harder.
Lieuwe klaagde over buikpijn. Eerst dachten we dat dat een psychische oorzaak had. We lazen 's avonds voor uit Harry Potter, en hij vond dat erg spannend af en toe. Er veranderde echter niets aan zijn buikpijn toen we daarmee stopten. Ook een gesprek op school leverde niets op. Dus Lieuwe ging ook een keer mee naar Anne Mette. Hij eet nu gluten- en lactosevrij, en dat hielp hem wél van zijn buikpijn af. Bij ons op tafel staan dus tegenwoordig 3 soorten brood.
                                      wandeling over stuwdam

Na de vakantie gaat Lieuwe naar de 5e klas. Hij houdt dezelfde leraar. De leerkrachten volgen hun groep drie jaar lang, daarna wordt er gewisseld. Lieuwe heeft het afgelopen jaar geen extra Noors gehad, vorig jaar besloten we hem niet uit de klas te halen daarvoor. Mee te doen in de klas vonden we belangrijker. Hij kreeg een individueel programma, dat hij wanneer hij klaar was met zijn werk zelf kon volgen. Dat is ons niet goed bevallen, hij is te weinig aan spreken toe gekomen. In de klas gaat hij veel om met Viggo, zijn Neder-Noorse vriend. Samen praten ze Nederlands. Fijn natuurlijk zo'n hechte vriendschap. Het heeft alleen als nadeel dat Lieuwe een beeldje is blijven hangen in het Nederlands. De Noorse taal moet wat meer aandacht krijgen in het komende jaar. Viggo is in april bij ons in het dorp komen wonen. Dat betekent dat Lieuwe en hij nu lopend naar elkaar toe kunnen. Dat geeft een grotere vrijheid om met elkaar te spelen.


Bij het Kysthotel (Tjuusthotel) in Brekstad kun je vogelkijkers lenen. We maakten een tocht naar de vogelkijkhut bij Garten.

Het besluit om naar Noorwegen te verhuizen, hebben we genomen wetende dat er ook een aantal niet leuke kanten aan zaten. Een ervan is dat we onze familie en vrienden achterlieten. Daarvan waren we ons bewust. Op allerlei hoogtijdagen zijn ze er niet, en wij missen die van hen. Nu leven we in een tijd dat dat gemis wel gedeeltelijk opgevuld wordt met allerlei technische mogelijkheden. We kunnen bellen, Facetimen, Skypen, mailen, Whatsappen, en daar maken we ook dankbaar gebruik van. Echt hoor, als we zitten te facetimen, dan is het soms net alsof we bij elkaar op de koffie zijn. En mochten we dan de behoefte krijgen om elkaar in het echt te zien, dan pakken we het vliegtuig, twee uur later stappen we uit het vliegtuig op Schiphol. Afstanden zijn daarmee in een totaal ander perspectief komen te staan dan een jaar of 30 geleden. Toen mijn hartsvriendin Nympha verhuisde naar Verweggistan na de middelbare school, waren we aangewezen op de post.We schreven trouw minstens een keer per maand naar elkaar. En we spraken elkaar hoogstens eens per jaar. De technische mogelijkheden hebben het gevoel van afstand beinvloed.  Je kunt directer op elkaar reageren. Het is daardoor mogelijk een gevoel van betrokkenheid te houden, ondanks de afstand.


verjaardag van Lieuwe in Nederland



Maar toch blijven er van die dingen die niet leuk zijn. Mijn vader kreeg, na jaren van pijn en steeds slechter lopen, te horen dat hij een compleet versleten heup had. Hij  kon daaraan geholpen worden, dan zou hij operatief een nieuwe heup krijgen. Dit was voor mij een nieuwe situatie. Voor het eerst ervoer ik de grote afstand werkelijk als een belemmering. Voor mijn moeder had de operatie grote gevolgen. Zij zou in ieder geval de dagen van de operatie zonder pa door moeten brengen. Omdat haar geheugen haar soms in de steek laat en ze dan enigszins gedesorienteerd kan raken, wist niemand precies hoe ze zou reageren op de afwezigheid van pa. Ze weten zich samen nog prima te redden, maar ze steunen elkaar duidelijk meer dan 10 jaar terug. Zo vormen ze samen een prima team. Wat gebeurt er dan wanneer een van de twee de ander die steun tijdelijk niet kan bieden? Niemand kon dat van tevoren voorzien.
Veel van de voorbereiding heb ik gevolgd vanuit Noorwegen. Ook was ik thuis in Noorwegen tijdens de operatie Een week daarna  ben ik pas naar hen toe gereisd om vervolgens een week bij hen te zijn. Er zijn delen van die hele periode die ik beslist niet gemakkelijk heb gevonden. Bij het nemen van bepaalde beslissingen sta je op het tweede plan wanneer je ver weg woont, terwijl de betrokkenheid niet minder is geworden. Dat vond ik moeilijk. Ik geloof zeker dat ik in die tijd mensen ook op de zenuwen heb gewerkt. Dat was andersom ook zo. Bepaalde dingen verliepen op een manier waar ik moeite mee had. En dan bemoeide ik me er tegenaan. Maar je bent er niet bij, en daarmee verlies je voor een deel je stem. En Facetime is een mooi medium, maar het vergoedt niet helemaal de omhelzing kort na de operatie. Wat wel erg leuk was, was om daarna een week bij mijn ouders te zijn. Er was rust en tijd voor gesprekken. En verwerking. We zijn samen op stap geweest. Een week logeren bij je ouders, dat doe je kennelijk alleen wanneer je ver weg woont. Die week heeft voor mij veel vergoed.














Klimpark in Skien. Grote vakantie


In april heb ik de schriftelijke Bergens test gedaan, de taaltoets voor hoger opgeleiden. Die test wordt bij een aantal beroepen in Noorwegen verplicht gesteld voor buitenlanders die hier komen werken. Ook wanneer je wilt studeren moet je deze gehaald hebben. In de gezondheidszorg is hij verplicht bijvoorbeeld. Bij Stranda is er ook een reeks aan toetsen die je kunt doen om je niveau te bepalen. Die toetsen zijn voor niet Europeanen verplicht. Voor Europeanen niet, met als gevolg dat je zelf voor de kosten opdraait. Met de Bergenstest was ik in een keer van alles af, dus ik besloot ik me daarop te richten. De toets werd eind april afgenomen in Trondheim. Start: 9 uur in de morgen. Dat haalde ik niet wanneer ik van huis vertrok, dus ben ik de avond van tevoren naar Trondheim gereisd. In een zaaltje van de Folkeuniversitet, samen met een stuk of 30 andere mensen van over de hele wereld, werd de toets afgenomen. Om 3 uur was ik klaar. Teruglopend naar het hotel, nog even een stuk kaas gekocht bij Nederlandse mensen die een kaasmakerij hebben op Inderøya (øy betekent eiland). Half mei kreeg ik de uitslag: geslaagd!

                                                                                   Hardloopwedstrijdje bij Yrjar. Sytze, Lieuwe en ik deden mee
Afgezien daarvan is taal in het dagelijkse leven ook heel belangrijk, zeker voor iemand die zo op communicatie gericht is als ik zelf. Ook daarom heb ik me het afgelopen jaar op het leren van de taal gestort. In het begin toen we hier kwamen, konden we ons redden. In een gesprek konden we onze mening over iets geven door te zeggen: 'det er bra' (dat is goed) of 'det er ikke bra' (dat is niet goed). Dat is leuk om een beetje op gang te komen, maar je merkt ook dat je redelijk snel door je gespreksstof heen bent. In een gesprek met mensen is het weinig bevredigend om geen nuance aangeven tussen zwart en wit, laat staan dat je je mening een bepaalde kleur wilt geven. Zeker wanneer je gewend bent om de beschikking te hebben over een kleurdoos met meer dan 50 verschillende kleuren. Het je gebrekkig uit kunnen drukken, staat daarmee contact in de weg. Een avond lang een gesprek voeren met vrienden lukt in het begin nog niet of is dodelijk vermoeiend, dus je sluit nog geen vriendschappen en er zijn momenten dat ik Noren ook min of meer uit de weg ben gegaan. Ik had de energie niet voor contact.  Het is ook erg fijn dat er hier andere Nederlanders wonen, we hebben elkaar enigszins de eerste opstartperiode door geholpen.
Ik hoor wel eens dat de Noren vrij afstandelijk zijn, maar wat mij betreft is dit aspect meer de bottleneck geweest bij de integratie.

Dit dreigt een blogaflevering te worden die nooit af komt. Er gebeurt zo veel! Maar voordat ik deze pagina publiceer, moet ik nog even vertellen dat ik maandag begin met een Echte Baan.  Maandag  begin in de beide helsesentrer (gezondheidscentra) van Bjugn en Åfjord als prosjektleder velferdsteknologi. De vorige keer vertelde ik dat ik nog niet was uitgenodigd voor een gesprek, en nu is het me verdikkeme helemaal gelukt! Het grappige was dat ik in een keer voor twee banen op gesprek werd uitgenodigd.
Begin april was ik op het helsesenter in Bjugn voor een netwerkgesprek met Torkil. Hij staat aan het hoofd van het helsesenter in Bjugn, en ik wilde graag kennismaken met hem. Hij vertelde heel enthousiast over een pilotproject rondom velferdsteknologi. (Je zou deze term kunnen vertalen als welvaartstechnologie, maar volgens mij worden er in Nederland andere woorden voor gebruikt.) Velferdsteknologie gaat over het toepassen van de technische mogelijkheden ten dienste van de mensen die zorg nodig hebben, om daarmee hun veiligheid te waarborgen en hun zelfstandigheid te vergroten. En last but not least: de kosten voor de zorg op langere termijn beheersbaar te houden.

In Bjugn en Åfjord loopt een pilot met het gebruik van GPS voor dementerenden, en de automatische uitgifte van medicijnen, zo legde hij uit. Landelijk zijn er 8 gemeenten die meedraaien in de pilot. Het klonk heel leuk, zoals hij erover vertelde. Ik ging na het gesprek weer weg, en dat was het dan.
In juni zag ik dat er op de site van de NAV  (Het Noorse equivalent voor CWI, Sociale dienst en GAK samen) een vacature stond voor de baan van projectleider. Ik was wat aan de late kant, heb net voor de sluitingstermijn gereageerd. Een week later zouden we op vakantie zou gaan, dat heb ik maar gelijk doorgegeven. Ik hoorde dat er 21 belangstellenden waren geweest. Dat waren er meer dan ik verwacht had, waarmee ik mijn kansen gelijk kleiner zag worden. Nog voor onze vakantie werd ik gebeld, op maandagmiddag om 3 uur. Of ik woensdagmorgen om 8 uur kon komen. De andere 4 kandidaten zouden een week later komen. Gelijk kreeg ik een stevig portie huiswerk: het was de bedoeling dat ik een presentatie kwam houden over mezelf, en over wat ik dacht toe te voegen aan het project. Alstublieft. Dat gaf mij dus nog iets minder dan anderhalve dag voor de voorbereiding.

Dinsdagochtend ben ik daaraan begonnen. 's Avonds om half 12 deed ik de computer uit en stopte ik de presentatie op USB stick in mijn tas. De volgende dag heb ik die presentatie staan geven met volop adrenaline in mijn lijf. Dat ging lekker flitsend, vond ik. En ik kreeg positieve, leuke reacties. Iemand reageerde bedachtzaam: goh, dit is een hele andere invalshoek....  Gaandeweg de dag zakte dat adrenalineniveau en raakte ik meer en meer vertwijfeld; wat was er eigenlijk gebeurd? Wat had ik in vredesnaam allemaal gezegd? En hoe hadden ze gereageerd? Een andere invalshoek... ojee... wat betekende dat eigenlijk?
Een week later in Legoland werd ik opgebeld door Siv Iren. (zij is bij de gemeente verantwoordelijk voor de zorg. Haar zoon zat bij Sytze in de klas. We kenden elkaar ook van langs het voetbalveld. Zij had me de naam van Torkil gegeven.) Zij vertelde me dat de andere 4 inmiddels geweest waren, en ik was als enige door naar de volgende ronde. De anderen waren afgevallen.
Dit was wel een hele luxe uitgangspositie!
Het tweede gesprek ging gemakkelijk. Deze keer was het hoofd van het helsesenter in Åfjord ook aanwezig, en een representant van de vakbond. Het is in Noorwegen wettelijk geregeld dat er bij een sollicitatiegesprek altijd iemand van de vakbond bij is. Daarmee was ik voor twee van de drie mensen nieuw (Siv Iren was ziek), en kon ik de presentatie dunnetjes over doen.
Diezelfde middag hoorde ik dat ik was aangenomen.
De andere vacature was voor een baan in Trondheim, 50% als loopbaanadviseur bij een bureau uit Oslo. Op 8 augustus zou ik gebeld worden, in eerste instantie ging het om een telefonisch onderhoud. Nooit meer iets van gehoord. Ook dat is Noorwegen.














woensdag 30 april 2014

van voorjaar naar winter

Was het zondag nog voorjaar met bijna 20 graden. Vanmorgen was het weer winter. Maar ja dat is het weer in Trøndelag waar wij wonen nou eenmaal.


 Anne Lieke had vandaag fietsexamen.


 Zondag sprongen ze nog in korte broek maar vandaag maar niet.........


Onderweg naar school. Niet echt zomers maar toch ook wel weer speciaal.

dinsdag 29 april 2014

Voorjaar

Naar het buitenland verhuizen om een nieuw bestaan op te bouwen is een krankzinnige onderneming. Bovendien is het totaal onverantwoord. Denk aan zaken als pensioenbreuk, huisverkoop, en wat er moet gebeuren bij onverwacht overlijden, en de rillingen lopen je over de rug. Wanneer we nu op bepaalde delen van de hele terugkijken, dan zijn we verbaasd over onze eigen naiviteit en het gemak waarmee we bepaalde beslissingen hebben genomen, beslissingen die verstrekkende gevolgen hadden voor het hele gezin. We zijn blij dat er geen grote dingen mis zijn gegaan, en realiseren ons dat we een aantal keren aan gezinsleed ontsnapt zijn.

Folmer kan alweer iets meer aan. Hier waren we bij de engel, een pittige klim!

Klein voorbeeld. Vorig jaar hebben we dit huis gekocht, omdat we door hadden dat er op de huurmarkt niet veel geschikte huizen waren voor ons. Het huis waar we woonden was van een particulier, en werd verhuurd aan de gemeente, die het doorverhuurde aan ons. De gemeente had de volgende huurders al in de wacht staan, toen wij verhuisden, het ging om een ander Nederlands gezin dat per 1 april hier naar toe zou komen. In de eerste week van maart kwam de eigenaar van het huis met het bericht dat hij de huur aan de gemeente opzegde. Hij had het huis zelf nodig voor zijn dochter, wiens huwelijk stuk was gelopen. De huurbescherming in Noorwegen  reikt niet verder dan twee maanden. Hadden we geen huis gekocht, dan hadden we dus vorig jaar begin maart te horen gekregen dat we per 1 mei moesten verkassen, misschien wel naar een huis in Oksvoll, of nog verder weg. Van een collega van Folmer, die ons hielp met verhuizen, hoorden we dat hij in het eerste jaar dat hij hier woonde, met zijn gezin (hij en zijn vrouw hebben twee kinderen) vier keer heeft moeten verhuizen. Hij vertelde heel droog dat het op het laatst heel gemakkelijk ging, alle overbodige dingen hadden ze in de loop van dat jaar weggegooid. Ik keek hem met grote ogen aan, en voelde me erg nederig. Ik kon alleen maar denken dat elke volgende verhuizing mij een stevige zenuwinzinking bezorgd zou hebben. Na vier verhuizingen was ik een compleet wrak geweest.





Aan de andere kant kunnen we het gegeven dat we een aantal klippen hebben weten te omzeilen ook aan onszelf toeschrijven. Wanneer je lastige situaties het hoofd biedt, dan vervult ons dat met trots. Het geeft een kick om problemen op te lossen. In de vorige blog vertelde ik van de tocht door de krochten van het NOKUT, om gedaan te krijgen dat mijn in Nederland behaalde diploma's gewaardeerd en erkend werden. Onderweg heb ik diverse keren de neiging gehad om mijn kop in de wind te gooien en te denken dat ik het ook wel redde zonder die goedkeuring. Nu ben ik blij dat ik doorgezet heb, en die goedkeuring op zak heb.

Er ligt een eland onder de boom, in de achtertuin van de buren. Zoekplaatje.

We kennen verschillende landgenoten, die toen ze weggingen, nog met een niet verkocht huis in Nederland in hun maag zaten. Die dans zijn we ontsprongen, mede dankzij een beschermengel die in die tijd waarschijnlijk overuren heeft gedraaid. Niet iedereen die naar Noorwegen verhuist, is zijn huis kwijt, en dat geeft zorgen. Alle Nederlanders hier hebben zo hun eigen verhaal, met verschillende, maar ook overeenkomstige elementen.
Emigreren vraagt geduld, doorzettingsvermogen, en wanneer onderdelen van je leven op de rit staan, geeft het een kick.

Op de punt bij Garten.

Een van de dingen die nog niet op de rails staan, is werk voor mij. Maar het is wel een proces dat stapje voor stapje vordert.  Folmer had een baan toen we hierheen kwamen, voor mij is het een langer durend proces. Werken als psycholoog in de gezondheidszorg lukt hier niet. In Nederland had ik nog twee jaar opleiding moeten volgen voor een BIG registratie, in Noorwegen komt het neer op nog 4 jaar naar de universiteit in Trondheim, tussen de 20 jarigen. Die weg is me te lang, te eenzaam en te gecompliceerd.
Maar wat dan wel?
Ondertussen ben ik begonnen met werken op de kinderopvang, voor de taal.  En dan vooral om beter te worden in het Trøndersk dialect, met Noors (Bokmål) wil het ondertussen wel. De afgelopen maand heb ik iedere keer drie dagen per week gewerkt. Het gevoel dat ik heb bij dat werk is ambivalent. Aan de ene kant vind ik de kinderen erg leuk, ik werk op een groep in de leeftijd tussen 1 en 3.

Weer of geen weer, de kinderen krijgen regenkleding aan, en we gaan naar buiten. 'Er is geen slecht weer, maar alleen slechte kleren', zoals je misschien nog weet. Al is dat gezegde toch wel wat aan het veranderen in  'er is geen slecht weer, alleen maar slechte auto's'......

Ik vind het erg prettig dat ik niet op mijn tenen hoef te lopen. Dat geeft rust. Eigenlijk heb ik alleen de taal waar ik in moet komen. Maar er zijn delen van de dag die ik saai vindt. Ik ben gewend om mijn hersens te gebruiken en om mijn eigen dag in te kunnen delen. Dat is dus even wennen.
Het werken op de kinderopvang doe ik overigens niet alleen voor de taal. De samenleving hier is er een van de informele contacten, nog veel sterker dan in Nederland. Je komt er tussen, door deel uit te maken van die gemeenschap. In een baan leer je mensen kennen, en ik hoor vaak van anderen dat ze wel doorrollen wanneer ze eenmaal ergens begonnen zijn. Daar hoop ik ook op.
Op mijn sollicitaties heb ik nog geen respons. Ik ben nog nergens uitgenodigd. De markt is kennelijk ruim genoeg, dan wordt een vreemd CV sneller aan de kant gelegd. Ik moet het waarschijnlijk meer van netwerken hebben.

Na de vorige blog hadden we eerst de wereldbeker en de wereldkampioenschappen schaatsen voor junioren. Dat was een hele organisatie voor een kleine gemeenschap zoals Bjugn is. Maar ze hadden het prima voor elkaar. Ik heb me weer opgegeven als vrijwilliger. Dat is echt een hele leuke manier om andere mensen te ontmoeten en te leren kennen.


Verder was het Sotchi revisited. Vooral de meiden reden ijzersterk, en reden alle concurrentie finaal van de baan. Ze hebben extra Nederlandse vlaggen aan moeten schaffen, omdat er voor de prijsuitreiking dikwijls drie nodig waren. De jongens waren iets bescheidener, maar ook daar stond er meestal wel een Nederlander op het podium. Van de fysiotherapeut hoorden we dat de Nederlandse ploeg in de schaatsweek de vrije tijd veelal liggend op bed doorbracht. Ze hadden de trainingsomvang teruggebracht tot 1/3 van het gebruikelijke programma. Dat wierp zijn vruchten af! De rust en ontspanning zorgde ervoor dat de schaatsers op de wedstrijden konden pieken. We zagen sommige  schaatsters van andere landen soms al meer dan een uur van tevoren beginnen met warmlopen en krachtoefeningen doen. Daarbij vroegen we ons dan enigszins verbaasd af of de betreffende sporter zijn of haar kruit niet al verschoten had voor de start van de wedstrijd.



Folmer en de kinderen hadden alle Unox mutsen en AH gadgets uit de kast gehaald. Hier zie je Lieuwe met Liv Una, de dochter van Nynke.












Zo'n grote ijshal vul je niet gemakkelijk met zoveel publiek, dat het een beetje gezellig wordt. Bij de kampioenschappen was er wel veel volk, maar bij de wereldbeker was het wat stilletjes.
De schoolkinderen van de Botngårdskole waren toen een dag geronseld als publiek. De klas van Anne Lieke had allemaal vlaggen en andere aanmoedigingsspullen gemaakt. Het was met ongeveer 400 kinderen en een stuk of 30 (?) leerkrachten gelijk een stuk gezelliger in de hal.




Rein is weer op bezoek geweest in maart. Sneeuwballengevecht!



En voordat de strooiauto komt gauw sleetje rijden in de straat. We hebben overigens weinig sneeuw gehad, ook in februari en maart. De mensen die hier wonen vonden het heel extreem.



Verder gaat het leven zijn gewone gangetje. Lieuwe had een feest met zijn schoolklas, en moest mooi gekleed opdraven....

















Anne Lieke heeft haar eerste voetbalwedstrijden alweer achter de rug.......






Sytze heeft het goed met zijn vrienden, hij gamet regelmatig tot diep in de nacht. En ach, daar heb je zo wel eens je discussies over, ja ...






















Trix is een geintegreerd en gewaardeerd gezinslid...... Voelt zich hier helemaal op haar
gemak,  zoals je ziet....



Met Snoes ging het wat minder. Nadat ze geseriliseerd is, kreeg ze een stevige ooginfectie. Drie weken lang moest ze 2x per dag antibiotica slikken en zalf in haar oog. Ze durft nog steeds niet in de kamer te komen.







En verder deed april wat hij wilde, woensdag stonden we op de ski's en zondag waren we op een sneeuwvrij veld aan het honkballen...







 We hebben een week op Odin gepast, de broer van Trix...


En we rijden nog steeds eens per twee weken naar Trondheim, voor Folmers behandeling. Onderweg beleef je altijd wel wat. Hier was de boot op de terugweg zo vol, dat we de een na laatste plaats op de veerboot kregen. We stonden op een hele schuine helling... Ik kon de hellingproef weer eens doen. Een andere keer waaide het zo hard, dat we de laatste boot hadden, voor die uit de vaart ging. Het water spatte over het dek.
Folmer gaat nog steeds langzaam vooruit. Dat het langzaam gaat, is frustrerend. Dat hij nog steeds vooruitgaat, daar zijn we blij mee.


Aaltsje is een kleine week op bezoek geweest in de paasvakantie. Hier komt ze aan met de snelboot in Vanvikan. In die week hebben we veel gewandeld, onder andere naar Asplihaugen (zie onder). Anne Lieke was mee. We besloten dezelfde tocht nog een keer te doen met Lieuwe en Sytze (hij was te zwaar voor Folmer), toen liepen we met stralend mooi weer. Helaas zijn de foto's daarvan door mijn telefoon opgegeten. Doodzonde. 






Laatst aten we voor het eerst shoarma, met pita broodjes gebakken van spelt meel. Lekker waren die! Sinds Anne Lieke de tarwemeel laat staan, heeft ze haast geen allergieklachten meer. Het niezen is met 95 % afgenomen. Daar is ze erg gelukkig mee, en wij zijn het ook voor haar. Ook bij Folmer was de relatie tussen het hebben van een slechte dag en het eten van iets met tarwemeel ook niet te missen.
Ik weet het, het is raar en niet te geloven. En het is met een populatie van N=2 nooit wetenschappelijk te bewijzen.
Maar wij weten genoeg.